IMG_20150213_235215

Gisteren was er eindelijk weer eens een prachtig winterzonnetje te zien. En zowaar de eerste tekenen van het voorjaar. Ik maakte deze foto en de paarse bloemen en het bijtje deden me denken aan een gedicht dat ‘Album van de Indische poëzie’ niet haalde, maar dat wel een van mijn favorieten is. En dat lekker toepasselijk is vandaag, op Valentijnsdag.

SOMEWHERE IN JAVA

Zie, aan mijn venster hangt violet de bloem
Der nacht, de honingmaan in ‘t hart; daar zong
Een zware hommel middenin gezoem:
Ergens in ‘t donker sloeg een hand de gong.

Dan droppelt over alle loovers regen;
Een zachte wijs is nachtwaarts uitgeloopen.
Een zoete bloemsmaak wolkt de lippen tegen:
Jasmijn en rozen berstten geurend open…

Uit: J.J. de Stoppelaar: Het verlost verlangen. Santpoort: Mees, 1930. 

Een gedicht met een erotische lading. Ten eerste is er het ‘bloemetjes-en-bijtjes’-motief, traditioneel symbool voor de voortplanting. De nacht, met daarin de maan en muziek, wordt vergeleken met een paarse bloem met een hart vol nectar en een zoemende hommel erin. ‘Honingmaan’ verwijst zowel naar de kleur van de maan als naar de nectar in het hart van de bloem (en zou ook nog naar de kleur van het bloemhart kunnen verwijzen).

De erotiek komt ook tot uiting in de zware, zoete geur van jasmijn en rozen. Die is zo aanwezig dat je ‘m zelfs kunt proeven. Deze verwijzing naar de mond versterkt de zwoele sfeer in het gedicht.

Net als de openbarstende bloemknoppen, de zoetheid (bloemengeur, honing), de zachtheid (lieflijk druppende regen, een ‘zachte wijs’), de ronde vormen (het bloemhart/de (volle) maan, de dikke hommel, de gong, de regendruppels, het ‘wolken’ van de geur, de kransvorm van de opengaande bloemen) en de warme kleuren (dieppaars, donkergeel, het koper van de gong).

Bloemen die ‘s nachts opengaan en dan bedwelmend geuren, komen in meer gedichten van deze dichter voor. En ook bij andere dichters vind je dit terug. “Die mannen werden er blijkbaar allemaal nogal opgewonden van”, concludeerde een van mijn collega-bloemlezers lekker nuchter.

Ach ja, die arme, eenzame, geile dichters. Maar ik blijf het een mooi gedicht vinden. Compact, waarvoor je veel meer woorden nodig hebt om te beschrijven wat er allemaal in zit dan het gedicht zelf woorden telt. Daar hou ik van.

Meer lezen van J.J. de Stoppelaar? Of benieuwd naar meer gedichten over Nederlands-Indië/Indonesië? Zie Album van de Indische poëzie. Samengesteld door Bert Paasman en Peter van Zonneveld. Met hulp van mij.